Welkom bij Postapotheek.com - Dé leverancier van medicijnen online

Openingsuren : Maandag tot zaterdag - 8u - 21u

Corona vaccin

Het corona vaccin: wat kan een COVID-19-vaccinatie voor u betekenen?

Er zijn veel verschillende manieren om epidemie­en te stoppen of te verhinderen. Veel infectie­ziekten zijn te voorkomen met schoon drinkwater, goede riolering en veilig voedsel. Lastiger is dat bij ziekten die worden overgedragen bij normale dagelijkse omgang tussen mensen. Griep is daar­van een voorbeeld, maar ook COVID-19, maze­len en polio. Dat soort epidemieën zijn blijvend te voorkomen door heel gericht de weerstand van mensen te verhogen door vaccinatie. Een vaccin werkt in op onze afweer. De afweer tegen infectieziekten bestaat uit twee onderdelen: een snelle, maar weinig nauwkeurig onderdeel (de aspecifieke afweer) en een trager, maar veel pre­ciezer deel (de specifieke afweer). De aspecifieke afweer is het hele leven hetzelfde, de specifieke afweer leert steeds nieuwe ziekteverwekkers herkennen. Er wordt daarom ook gesproken over ons ‘tweede geheugen’, het ‘eerste geheugen’ refereert aan onze hersenen.

Als de specifieke afweer geleerd heeft een ziekteverwekker te herkennen, zal het een volgende keer snel en precies reageren op de betreffende ziekteverwekker. Dit ‘trainen’ van ons afweersysteem vindt ook plaats bij een ‘natuurlij­ke’ infectie, vooral bij kinderziekten. Helaas gaan kinderziekten en andere infectieziekten vaak gepaard met complicaties. Dit probleem speeltniet bij vaccins. De bijwerkingen van vaccins zijn altijd veel minder ernstig dan die van de ziekte waartegen deze gericht zijn.

Vaccins zijn niet eenvoudig te maken, daarom bestaan er maar een beperkt aantal vaccins. Zo is er (nog) geen vaccin tegen bijvoorbeeld hiv.

Bij COVID-19 is de hoop gevestigd op een nieuw vaccin. Tot nu toe is de ziekte alleen te voorkomen door maatregelen die het dagelijks leven sterk beïnvloeden, zoals afstand houden, frequent handen wassen, thuis blijven bij ziekte of contact met een zieke vermijden en het dra­gen van mondkapjes. De hoop op een vaccin kennen we uit de tijd van polio, een ziekte die in de eerste helft van de 20e eeuw zorgde voor epidemieën en angst.

 

Polio

Een andere naam voor polio is kinderverlam­ming. Deze naam geeft precies weer wat de verschijnselen zijn, spierverlammingen bij kinderen. Na enkele dagen met griepachtige klachten raakten kinderen opeens verlamd aan benen, armen en/of ademhaling. De verlamming ontstond plotseling en nam dan langzaam af. Maar in veel gevallen bleven de slachtoffers deels verlamd. De ziekte kwam voor 1900 weinig voor. In de 20e eeuw nam de ziekte toe, vooral

in epidemische jaren (zie tabel). Dit gebeurde in een periode waarin kinderen steeds gezonder werden en kindersterfte aan andere ziekten juist heel sterk afnam. Een goede behandeling was toen niet mogelijk. De therapie bestond, net als bij COVID-19 nu, uit het ondersteunen van het herstel. De overleving verbeterde sterk toen er beademing – via de ijzeren long en later via een buisje in de luchtpijp – mogelijk werd.

Rond 1950 werd ontdekt dat polio veroorzaakt werd door drie virussen die sterk op elkaar lijken. Het maken van een vaccin was toen de volgende stap. In de Verenigde Staten werd met particulier ingezameld geld een vaccin ontwikkeld. De ont-dekker was Jonas Salk. Hij ontwikkelde het vaccin uit gedode poliovirussen. Het duurde nog een aantal jaar voordat men wist of het vaccin werkte. Maar op 12 april 1955 kwam het wereldnieuws; het vaccin sloeg aan.

Na de Verenigde Staten en Canada volgden vele andere landen in de wereld met een vac-cinatieprogramma. In Nederland was er onder deskundigen twijfel over de werkingsduur van het vaccin. Maar toen Nederland te maken kreeg met de grootste polio-epidemie in de geschiedenis, in 1956, was het besluit om te gaan vaccineren snel genomen. Via een gerichte campagne in de jaren 1957-1960 werden alle kinderen die geboren waren na de oorlog opgeroepen voor vaccinatie. In de jaren daarna kwamen nieuwe ziektegevallen nauwelijks meer voor. Een uitzondering vormden de uitbraken in 1971,1979 en 1992 en 1993 onder kinderen van ouders die vaccinatie op religieuze gronden afwezen.

Net als bij COVID-19 bleven bij polio duizenden patiënten achter met restverschijnselen. De revalidatie duurde vaak jaren. Zij kregen steun van het in 1957 opgerichte Fonds ter bestrijding van Kinderverlamming, het huidige Prinses Beatrix Spierfonds. Ondanks hun verlammin-gen probeerden de patiënten een zo normaal mogelijk te leven. Groot was dan ook de teleur-stelling toen bleek dat 25 tot 40 jaar na de grote polio-uitbraak de verlammingen bij de patiënten opnieuw toenamen. Weer stonden artsen machteloos en was er geen behandeling.

In dezelfde tijd, de jaren 1990, nam de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) het initiatief om polio wereldwijd uit te roeien. Door diverse tegenslagen is dat anno 2020 nog helaas nog niet gelukt, maar er is nog steeds hoop dat toe-komstige generaties opgroeien in een wereld die verlost is van ziekte polio.

 

Wat polio vaccinatie zo succesvol maakte

Natuurlijk, er zijn tegenvallers: de uitroeiing van polio is nog niet gelukt en patiënten kampen nog met het postpoliosyndroom. Toch is de geschie-denis van de poliobestrijding grotendeels een succesverhaal. Dit succes is te danken aan de twee vaccins tegen polio. Om te zien waarom de vaccinatie tegen polio succesvol was, moeten we kijken naar zowel de eigenschappen van de ziekte als die van de vaccins.

Het eerste vaccin tegen polio – het kwam al even ter sprake – het Salk-vaccin, bestond uit gedode virussen. Het moest meerdere malen ingespoten worden om langdurig bescherming te bieden. De eerste jaren waarin het vaccin gebruikt werd, voorkwam het zo’n 80 procent van de poliogevallen. Het vaccin is inmiddels ver­beterd, waardoor het nu besmetting met polio geheel en al voorkomt.

Naast het Salk-vaccin is er ook nog een tweede vaccin ontwikkeld van verzwakte levende polio­virussen, het Sabin-vaccin. Dit vaccin werd en wordt in een groot deel van de wereld gebruikt. Het werkt goed en is gemakkelijk toe te dienen in druppelvorm via de mond.

Beide vaccins hebben weinig bijwerkingen, hoewel het Sabin-vaccin in ongeveer één op de miljoen keer juist polio met verlammingen ver­oorzaakt. Het Salk-vaccin, dat in Nederland nog steeds wordt gebruikt, heeft deze bijwerking niet. Beide vaccins beschermen tegen verlammingen door het poliovirus, en daarnaast voorkomen ze ook dat de ziekte wordt doorgegeven, waardoor groepsbescherming (‘herd immunity’) ontstaat. Ook niet-gevaccineerde kinderen zijn daardoor beschermd.

De ziekte polio was en is nog steeds onbehan­delbaar. Daarom werd in de jaren dat de ziekte veel voorkwam deze zeer gevreesd en was men vooral gericht op het voorkomen van de ziekte. De bereidheid van ouders om hun kinderen te laten vaccineren was begrijpelijkerwijs heel groot. De vaccinatie moest aan jonge kinderen toegediend worden. Alle kinderen werden gezien op het consultatiebureau van de jeugd­gezondheidszorg. Daar was deze vaccinatie eenvoudig in te passen.

 

Methode van vaccineren

Hoe lang een vaccin beschermt weet je pas als het langdurig wordt toegepast. De virussen die polio veroorzaken zijn heel stabiel. Dat betekent dat het oorspronkelijke vaccin lange tijd bescher­ming biedt. Bij een virus dat steeds verandert, zoals griep, beschermt een vaccin maar een korte periode. Beide poliovaccins – Salk- en Sabin-vac­cin – bleken uiteindelijk levenslang bescherming te bieden.

Dankzij veel internationale samenwerking – polio kwam in alle landen van de wereld voor, rijk en arm- kon polio goed bestreden worden. Boven­dien was de prijs van het vaccin relatief laag, omdat er vanaf het begin geen octrooi was op de productie ervan. Alle vaccinfabrikanten mochten het maken.

 

Wat poliobestrijding betekent voor Covid-19

Het zou mooi zijn als de geschiedenis zich herhaalt en dat tegen COVID-19 vaccins komen die net zo goed zijn als tegen polio, waardoor de ziekte volledig kan verdwijnen. Of dat ook het geval zal zijn, is op dit moment (juli 2020) nog niet te voorspellen. Er zijn vier typen vaccins in ontwikkeling: virussen (verzwakt of gedood, zoals bij polio), stukjes coronavirus ingebouwd in een onschuldig virus (vectorvaccins), stukjes van het oppervlak van het coronavirus (eiwitvaccins, vergelijkbaar met de vaccins tegen hepatitis 8 en baarmoederhalskanker) en vaccins met stukjes erfelijk materiaal van het virus (RNA, DNA). Het is nog niet te zeggen welke vaccins effectief zullen zijn.

Voor een net zo succesvolle vaccinatie als des­tijds tegen polio is het van belang dat het vaccin langdurig werkt, geen ernstige bijwerkingen heeft en ook de overdracht van het virus wordt voorkomen. Het virus zelf mag niet te veel veran­deren. Het zijn dus nogal wat eisen waaraan een goed COVID-19-vaccin moet voldoen.

De geschiedenis herhaalt zich, maar nooit op exact dezelfde manier. Iedere ziekte is uniek. Van de geschiedenis van polio kunnen we leren dat het mogelijk is dat een ernstige infectieziekte door vaccinatie vrijwel volledig verdwijnt.

De eerste poliovaccins waren niet zo goed als de huidige, dat kan zeker ook het geval zijn bij de COVID-19-vaccins. We kunnen ook van polio leren dat het niet bij de eerste poging meteen goed hoeft te gaan, vooruitgang gaat vaak gepaard met vallen en opstaan.

Op de vraag of een vaccin de oplossing is voor COVID-19 is het antwoord daarom kort samen te vatten: hopelijk wel, maar er zijn geen garanties!

Share via

EMDigitizing offers high-quality logo embroidery digitizing services online at an affordable price. With super-fast turnaround, excellent customer services.